Vandersanden

“Trek meer Umfeld bij de stad”

Ulli Rohn en Erik Oppel

Oprichters/partners ROBEO

Gechargeerd: de steden groeien dicht, de landelijke omgeving loopt leeg. Mensen trekken naar de stad, daar is werk, daar kun je studeren, daar zijn sportverenigingen, kinderopvang, faciliteiten, alles wat je nodig hebt. Het is een vorm van scheefgroei die het sociaal-culturele evenwicht in een samenleving ernstig kan verstoren. Hoog tijd om er wat aan te doen.

Bus und Bahn

De problematiek van de groeiende scheiding tussen stad en land is in de dagelijkse praktijk van ROBEO duidelijk voelbaar, aldus Geschäftsführer Ulli Rohn: ‘Jongeren trekken naar de grotere steden - voor studie, werk, vertier - en komen zelden terug. Ook het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe. Het gevolg is een zeer ongewenste situatie: het woningaanbod in die steden daalt schrikbarend, de prijzen stijgen en het omliggende land verpaupert. De beste oplossing is om steden te verbreden, meer Umfeld bij de stedelijke regio te betrekken.’

‘En zo’n verbreding kan alleen succesvol zijn,’ vult Erik Oppel aan, ‘als je de infrastructuur verbetert. Bus und Bahn. In Hamburg bijvoorbeeld is veel gedaan om de mobiliteit van en naar de stad te vergroten. In een straal van zo’n veertig kilometer rond het stadscentrum is een uitstekend OV-netwerk neergelegd. Bij elke opening van een nieuw station sluit je als het ware een nieuw gebied op de grote metropool aan. De mensen wonen in landelijk gebied en werken in de stad.’

Sterke impuls

Daarmee ben je er natuurlijk nog niet, zegt Rohn: ‘Om de spreiding kans van slagen te geven, moet je niet alle faciliteiten in het stadscentrum centraliseren, maar ook opleidingsinstituten en bijvoorbeeld overheidsinstellingen naar de regio brengen.’ Oppel: ‘In Scandinavië doen ze dat: bestuursorganen decentraliseren. Dat is een goede economische en sociale impuls, want er komen arbeidsplaatsen naar de regio en in het kielzog daarvan retail, horeca, cultuur en vanzelfsprekend een vraag naar woningen.’

Vormgeven aan vernieuwing

Je zou zeggen: het mes snijdt aan twee kanten. De druk op de stad vermindert en de status van het ommeland verbetert. Waarom doen we het dan niet? Rohn lacht: ‘Was het maar zo makkelijk. Het vereist in de eerste plaats daadkracht van bestuurders. En het vergt samenwerking tussen alle partijen in de sector.’ Oppel: ‘Het zou fijn zijn als we vanuit ons vakmanschap vernieuwing kunnen vormgeven en beter tegemoet kunnen komen aan de grote opgaven van deze tijd. Dus dat een bouwteam autonomer kan werken dan nu vaak het geval is. Wij doen voor onze projecten altijd veel moeite om bestuurders mee te krijgen, we zijn transparant en overleggen oneindig veel, we delen alle plannen en nieuwe ideeën, maar iets minder politiek gedoe eromheen zou welkom zijn.’

Blijvende waarde

De meeste projecten van ROBEO verlopen volgens de min of meer klassieke en vertrouwde werkwijze: grondacquisitie, behoefte-onderzoek, conceptontwikkeling, realisatie. Kort door de bocht: u vraagt, wij draaien. Maar waar mogelijk pakken ze de handschoen op, aldus Rohn: ‘Daarnaast proberen we ook altijd eigenzinnig te blijven in onze aanpak. Mooi voorbeeld is onze samenwerking met Vandersanden. Meer dan eens komt het voor dat we op een locatie beginnen met de stenen, dat we ons afvragen welke façade, welke gevelstenen passen in deze omgeving? Pas daarna gaan we met de architect om de tafel.’ Oppel: ‘Dat vindt niet elke architect leuk. Maar een project is wel onze verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd geldt dat we ook trots willen kunnen zijn op wat we gecreëerd hebben. Wij creëren blijvende waarde, dat is een grote verantwoordelijkheid, maar ook een unieke kans.’

keyboard_arrow_left keyboard_arrow_right
keyboard_arrow_right keyboard_arrow_left

Architect